Jah live
12 november 2025 - Addis Abeba, Ethiopië
Religies geven houvast en hoop. Maar ze zijn ook raar. Niet perse het geloof in het ‘hogere’, daar valt nog wel wat voor te zeggen. Maar de door de mens geconstrueerde regels en rituelen, die als absolute en belangwekkende waarheid worden gevoeld, hoe moet je je daar toe verhouden?. Het maakt religie tot een geografisch fenomeen. Waar je wordt geboren bepaalt veelal waar je in gelooft.
Ik ben in Ethiopië en verdiep me in zo’n fascinerende, misschien bizarre vorm van religie: het Rastafari. Ja, ook ik denk bij het woord Rasta meteen aan Reggae en Jamaica. Maar Ethiopië is het religieuze centrum van de Rasta beweging. Je vraagt je af hoe deze beweging in hemelsnaam haar connectie komt met dit land in de Hoorn van Afrika? De twee liggen niet bepaald naast elkaar, zelfs niet op hetzelfde continent.
In het etnologisch museum in de hoofdstad Addis Abeba is een zaal gewijd aan dit religieuze of culturele verschijnsel, net hoe je het wilt noemen. 'Jah Rastafari is the king of kings of all the earth', lees ik op een in het Jamaicaans groen geel rood beschilderde drum. Het museum is gevestigd in een van de voormalige paleizen van de roemruchte Ethiopische keizer Haile Selassi. Deze man is volgens de doctrine van de Rastafari ’s de reïncarnatie van Jezus op aarde. Werkelijk waar.
Marcus Gray, een influencer die aan het begin van de vorige eeuw streed voor de burgerrechten van de zwarte bevolking op Jamaica, deed in 1914 een uitspraak die alles aan het rollen bracht. "Look to Africa for the crowning of a black king; he shall be the Redeemer,"
16 jaar later werd in Ethiopië een Tafari Makonnen gekroond, neef van de Ethiopische keizerin Zauditu. Hij droeg de adellijke titel Ras, wat zoveel als hertog betekent.
Daar hebben we de naam Rastafari verklaard.
Ethiopië is een van de weinige Afrikaanse landen dat nooit gekoloniseerd werd door een Europese macht, ondanks de pogingen daartoe door het fascistische regime van Mussolini. Het land was te sterk georganiseerd en het verzet succesvol. Daarnaast had de koninklijke familie een afstammingslijn die naar men beweerde teruggaat tot Salomo, de Bijbelse koning die in de tiende eeuw voor Christus over Israël regeerde. Die schijnbaar onoverwinnelijke positie in combinatie met de min of meer goddelijke afkomst van de koninklijke familie verklaart wat de uitspraak van Marcus Garvey veroorzaakte. Zeker toen de Jamaicaanse prediker Leonard Howell openlijk Selassie aanwees als de zwarte Messias (Jah) was er geen houden meer aan. De aanhang van deze religieuze overtuiging groeide gestaag. De Britse koloniale regering nodigde keizer Selassie uit op Jamaica om te bewijzen dat hij een gewoon mens was. Maar nee, zelfs Selassie’s eigen toespraak om zijn gewone-mens-zijn te bekrachtigen deed het niet. De Ethiopische kiezer was in de ogen van de Rastafari beweging de reïncarnatie van Jezus, een overtuiging die tot op vandaag stand houdt.
Ik wandel verder door het etnologisch museum in Addis Abeba om te zien hoe Selassie woonde. Van buiten oogt het voormalige paleis een beetje vervallen maar van binnen is best chique. Het doet me ergens aan denken, maar wat? Ik zie Selassie’s bureau, zijn bed en badkamer. Best keizer-waardig, zeker als je je bedenkt dat dit slechts één van zijn paleizen was, en niet eens de voornaamste.
Selassie wilde zijn land moderniseren en zocht daarvoor steun bij het rijke westen. Zijn vele reizen door Europa maakten hem tot een welkom en veel gezien figuur. In 1954 was hij in Nederland, waar hij lunchte met koningin Juliana en Prins Bernhard op paleis Soestdijk. Nu weet ik waar het paleis in Addis Abeba me aan deed denken: Soestdijk. De interieurs van de twee lijken wel wat op elkaar.
Tactisch gekozen werden tijdens zijn bezoek aan Nederland naast de crème de la crème der Nederlandse industrie ook het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam en het Afrikamuseum in Rotterdam bezocht. Zo kon Nederland (en met name prins Bernhard) de liefde voor het donkere continent tonen.
Want net als Marcus Gravey ijverde keizer Selassie voor een geëmancipeerd en verenigd Afrika. Hij stond aan de basis van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAU). In 1963 hield hij een roemruchte toespraak voor de Verenigde Naties over onderdrukking en racisme. Bob Marley, aanhanger van de Rastafari beweging, verwerkte delen van die toespraak in zijn nummer “War’.
"That until the color of a man's skin is of no more significance than the color of his eyes; That until the basic human rights are equally guaranteed to all without regard to race (…..) Until that day, the African continent will not know peace." Marley veranderde alleen de woorden 'know peace' in 'war', om de boodschap in zijn nummer kracht bij te zetten.
Maar het was precies dat woord, oorlog, dat Selassie de das om zou doen. De annexatie van buurland Eritrea, waar de VN groen licht voor gaven, ontaarde in een slepende oorlog waarvan ik jaren terug de wrange restanten op het tank cemetery in Asmara, de hoofdstad van dat land mocht aanschouwen.
Die oorlog was ook een aanslag op de economie van Ethiopië. Crisis en hongernood volgden. De populariteit van de keizer, die al was gedaald door zijn sterk autoritaire bewind, leed er stevig onder. In 1974 werd Selassie onttroond en vermoord.
Maar zijn naam bleef gevestigd. Zeker bij de Rastafari, want zij geloofden niet in zijn dood. De aanhangers van deze religieuze of culturele stroming, dat zijn er ondertussen miljoenen wereldwijd, zijn van mening dat Selassie tenminste in spirituele zin voorleeft. Luister maar naar Bob Marley’s Jah live
Prominent staat Selassie’s voormalige vliegtuig, een DC-3, tentoongesteld voor het luchthavengebouw van Addis Abeba. Symbool voor het belang dat de keizer hechtte aan luchtvaart als drijver voor de modernisering van zijn land. De man wordt in Ethiopië nog volop herdacht, zij het met gemengde gevoelens. Want zijn verhaal heeft twee kanten: een verlichte leider met despotische trekjes. De chauffeur die mij ´s avonds naar het vliegveld van Adddis rijdt weet de staat van zijn land treffend uit te drukken als we langs de moderne gebouwen in het centrum rijden. “Tja, mooi verlicht is de stad wel”, zegt hij met lichte spot. Het ziet er modern uit, maar daaronder heerst in zijn land nog armoede, corruptie en burgeroorlog.
Ik ga op weg naar Arbaminch, een stad in het zuiden Ethiopië. Ooit nog gesticht door Selassie. Het grootste en meest luxe resort hier is naar hem genoemd. In deze regio ga ik uitzoeken wat voor etnische lappendeken dit land is. Hou die boel maar eens bij elkaar. Daar moet je haast een god voor zijn.











