Scheldesteden
28 december 2024 - Antwerpen, België
Stad aan de Schelde (1): Vlissingen
Dat ons jonge land een paar honderd jaar geleden haar koloniale tentakels over de wereld uitspreidde is geen nieuws. En wie het bewijs daarvan wil aanraken vindt in alle uithoeken van de aarde de resten van forten, huizen en hele steden uit die tijd. Erfgoed dat zorgvuldig is gerestaureerd of langzaam staat weg te rotten. Wegrotten geldt niet voor topografisch erfgoed. Plaatsnamen blijken de tand des tijds goed aan te kunnen. Zo kom je buiten onze hoofdstad de naam Amsterdam nog enkele tientallen malen tegen op de wereld. De correlatie tussen dit grote aantal en het vroegere belang van Amsterdam als handels- en havenstad in de wereldeconomie klopt aardig.
Ik neem de proef op de som met een Nederlandse stad wiens handelspositie in de zeventiende eeuw iets minder, maar ook prominent was: Vlissingen, stad van Michiel de Ruyter, hoofdkwartier van de Admiraliteit van Zeeland. Deze stad gaf haar naam aan meerdere plekken op de wereld. Kijk maar eens in New York waar een van de wijken in het stadsdeel Queens de naam Flushing draagt. Vlissingen dus.
Of in Georgetown, hoofdstad van het land Guyana in zuid Amerika. Ik trof er de straatnaam Vlissengen Road aan. En wat dacht je van het voormalig Fort Vlissingen op het Caribisch eiland Tobago, dat in de zeventiende eeuw nieuw Walcheren heette. Daar is niks meer van te vinden, behalve de straatnaam Dutch Fort Street. Ik wandelde door het stadje Scarborough, ooit begonnen als de nederzetting Lampsinsburg.
En die naam is geen vreemde in Vlissingen. Het voormalig woonhuis van de succesvolle handelaar Cornelis Lampsins staat prominent aan de Vissershaven, hartje stad. Binnenin zit het Maritiem Muzeeum Zeeland. Cornelis was burgemeester van Vlissingen, bevelhebber van de west Indische compagnie en baron van Tobago. En een tijdje de baas van Michiel de Ruyter, die als touwslager bij hem in dienst was.
Een rijk man die Lampsins, dat zie je als je zijn voormalig woonhuis van binnen bekijkt. En het stempel met zijn familiewapen ziet er ook niet misselijk uit.
Waar hij zijn geld mee verdiende vraag je je misschien af. De kop in het AD van 20 november 2021 geeft je het antwoord: “Het hoge woord is eruit: Vlissingen was de grootste slavenstad van ons land” Uit onderzoek naar het slavernijverleden van Zeeland bleek dat ongeveer 70% van alle Nederlandse slavenschepen werd in Vlissingen en Middelburg werden uitgerust voor slaventransport. Tussen 1675 en 1730 werden door Zeeuwen ruim 44.000 weggevoerd uit West-Afrika, het meest op schepen uit Vlissingen. Veelal met bestemming Sint Eustatius en Sao Tomé, waar ze op plantages te werk werden gesteld. En ja, de topografie werkt wederkerig: Vlissingen heeft in een van haar uitbreidingswijken ten noorden van het centrum een Sint Eustatiuslaan en een Tobagolaan.
Er is nog meer wederkerigheid: Vlissingen hield overzeese handelsposten in haar tentakels, maar buitenlandse mogendheden hadden andersom de havenstad zelf ook in hun greep. In de zestiende eeuw kwam de stad in handen van de Engelsen als onderpand in ruil voor hulp in de strijd tegen de Spanjaarden. En daar heeft de stad in haar benamingen een Engelse wijk aan overgehouden. Ruim twee eeuwen later, toen Napoleon ons land binnenviel, werd de stad Vlissingen prompt ingelijfd bij het Franse keizerrijk. Ruim voordat ons hele land tot Frankrijk ging behoren. De stad lag te strategisch aan de ingang van de Schelde om ongemoeid te laten. De kazematten bij de Oude Haven, stammen uit die tijd. En aan Napoleon is te danken dat Vlissingen en elke andere stad in ons land, vaste straatnamen heeft.
Om het rijtje compleet te maken noem ik de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog, zodat ook die buurman als tijdelijk eigenaar van Vlissingen genoemd kan worden. Zonder blijvende topografische benamingen overigens. Keine, want de Herzweg en Mendelssohnstraat verwijzen echt naar Duitsers van ver voor die tijd.
Je zou het als argeloze wandelaar door de stille stad niet zeggen, maar Flushing, Flesingue, Fliesingen of gewoon Vlissingen is een heel internationale stad aan de Schelde. De bewijst haar topografie wel. Vandaag varen grote vrachtschepen langzaam aan de stad voorbij. Ze komen van en gaan naar die grote havenstad aan diezelfde rivier: Antwerpen
Vlissingen, november 2024
Stad aan de Schelde (2): de haven van Antwerpen
Op de hoogste verdieping van het MAS, museum aan de stroom op ‘t Eilandje heb je een mooi zicht op het oude centrum van Antwerpen met de kenmerkende hoge toren van de O.L.V. kerk. Geen twijfel over de strategisch ligging van de stad. Pal aan de Schelde, de toegang tot de Noordzee. Zeker als je de andere kant op kijkt, dan zie je hoe uitgestrekt het Antwerpse havengebied is.
In het boek The History of the United Netherlands van John Motley vind ik een mooie kaart waarop het beleg van Antwerpen in 1583 is weergegeven. De Spanjaarden wilden de stad koste wat kost behouden en organiseerden een belegering om de stad om haar knieën te krijgen. Dat lukte dankzij een slimme vondst. Men legde over een lengte van ruim 700 meter een schipbrug aan over de Schelde die de toegang tot de stad afsloot. De aanvoer van goederen stokte, de Antwerpenaren werden langzaam uitgehongerd.
Als je goed kijkt zie je vanaf het MAS zie je in de verte de plek in een bocht van de Schelde waar ooit de brug lag. Nu vult je blik zich met hijskranen en schoorstenen zover het oog rijkt.
Het was het einde van Antwerpen van belangrijkste handelsstad van West-Europa. En daarmee zoals we weten de kans voor Amsterdam om die positie over te nemen. Antwerpen raakte in verval. En niet zo zuinig ook. ‘L’erbe croissait dans les rues, des maisons tombaient en ruines, les murs des quais s’emiettaient pierre par pierre.’ Dat tekende V.A. Lagye op over de staat van Antwerpen in 1803 toen de Eerste Consul (lees Napoleon) de stad bezocht. Alsof het zo moet zijn staat het boek van Lagye over de stad Antwerpen dat omstreeks 1885 verscheen in een net zo vervallen staat in mijn boekenkast.
Maar Antwerpen zou herrijzen. Ik snap nu nog beter waarom Napoleon in zijn tijd zoveel waarde hechtte aan de controle over de stad Vlissingen. Die was immers de toegangspoort tot de Schelde en de haven van Antwerpen. Ondanks de neergang van Antwerpen bleef die haven van groot strategisch belang. Geen betere plek om aartsvijand Engeland te controleren. De Vlaamse stad werd gekozen als oorlogshaven voor Bonaparte’s marine. Nieuwe fortificaties werden aangelegd en de eerste moderne insteekhavens.
In de gure wind sta ik voor het kleine bassin naast het museum aan de stroom. Petit Bassin werd samen met het er naast gelegen Grande Bassin in opdracht van Napoleon aangelegd. In 1903, honderd jaar nadat hij tijdens zijn bezoek aan de stad in een decreet zijn plannen met Antwerpen ontvouwde, werd een gedenkzuil opgericht voor dit bepalende moment. Petit Bassin werd in dat jaar omgedoopt tot Bonapartedok. Vorige maand nog werd bij baggerwerkzaamheden aan de Scheldeoever een origineel kanon uit de tijd van Napoleon opgegraven.
In een persbericht van de stad Antwerpen dat volgde op de vondst lees ik wat burgemeester Bart De Wever er vorige maand over te zeggen had: "Napoleon mag terecht de vader van de Antwerpse renaissance genoemd worden. De Franse eerste consul, later keizer, beloofde tijdens een bezoek in 1803 om van Antwerpen een ‘ville de commerce de premier rang’ te maken, die kon wedijveren met Londen en Amsterdam. De werken aan het rechttrekken van de Scheldekaaien en de eerste moderne dokken begonnen spoedig na zijn bezoek. De kiemen van de heropstanding van Antwerpen als een handelsmetropool met een wereldhaven zijn dus daadwerkelijk door hem gezaaid.”
In de wereldatlas van het Utrecht Nieuwsblad uit 1940 zie ik een prachtige kaart van de haven van Antwerpen die het gelijk van de burgemeester onderstreept: voorbij het Bonapartedok en Willemsdok zijn nieuwe insteekhavens gebouwd in de tijd die volgde. En voorbij het Kanaaldok B op tekening tal van dokken in de ontwerp. Uitbreidingen van de haven die inderdaad na de Tweede Wereldoorlog werden gerealiseerd. En daarna nog meer nieuwe havens aan de westkant van de Schelde. Zodat ik nu vanaf de hoogste verdieping van het MAS havengebied zie tot ver aan de horizon. Ongelooflijk hoe het havengebied sinds die twee uit de kluiten gewassen badkuipen uit Napoleons tijd is geëxplodeerd. Antwerpen is helemaal terug op de kaart. Weliswaar niet meer de belangrijkste havenstad van West-Europa zoals het in de zestiende eeuw was, maar de een nummer twee positie na Rotterdam getuigt van een succesvolle comeback. Strategisch gelegen door gunstige geografie, dat wis je niet zomaar uit.
Antwerpen, december 2024

















