Schiereiland
Istrië is een soort Limburg. Hoewel de provincie Limburg ook een beetje aan een schiereiland doet denken is dat niet de reden die ik bedoel. Beide gebieden behoorden in de loop van de afgelopen eeuwen geheel of in delen tot verschillende landen. Stukken van Limburg hoorden bij het Spaanse rijk, bij Pruisen, bij de Republiek der Verenigde Nederlanden, bij het prinsbisdom Luik. Istrië hoorde bij de Republiek Venetië, bij Frankrijk, Oostenrijk, Hongarije, Joegoslavië, Italië, Slovenië en Kroatië.
Het schiereiland is nu over die laatste drie landen verdeeld. Zoals het grondgebied van het voormalige hertogdom Limburg nu deels in Nederland en deels in België en Duitsland ligt.
De eerste serieuze buitenlandse overheersing van Istrië begon net zoals het grootste deel van de rest van Europa (ok Limburg) met het Romeinse rijk. In de welbekende stad Pula kan dat niet missen. Het amfitheater hoort tot de grootste onder haar soort. Het is het icoon van de stad. De rest van het centrum is bezaaid met muren en bogen uit de tijd van keizer Augustus.
Duizend jaar later waaide de wind allang niet meer uit Rome, maar uit een andere Italiaanse stad: Venetië. Een paar eeuwen zou Istrië onder het gezag van de rijke handelsnatie blijven. Het grote fort of Kastel midden in de stad dateert uit die tijd. Handig dachten ze, dat vervallen Amfitheater verderop. Stenen genoeg voor een stevig fort. Versjouwd en gebouwd door slavenhanden en slecht betaalde ambachtslieden. Om later soldaten in te huisvesten die ook niet bepaald een luxe leven hadden. En mochten vechten op leven en dood. Die gedachten geeft een plek als deze, hoe indrukwekkend ook, een nare bijsmaak. Functioneel was het fort zeker. Destijds hadden de Venetianen een fantastisch schootsveld over de haven. Mij levert het een mooi uitzicht op. Fier wappert de Kroatische vlag op een van de bastions. Voor het zover was zouden er eerst nog een paar andere naties over het schiereiland heersen.
Om te beginnen maakte Napoleon een einde aan de Venetiaanse heerschappij. Na Napoleon was het de beurt aan Oostenrijk om Istrië onder de hoede te nemen. Heel toepasselijk noemden ze de provincie waar het schiereiland deel van uitmaakte Küstenland . Dat bleef honderd jaar lang zo.
Na de Eerste Wereldoorlog was Italië weer aan de beurt om Istrië in te lijven. En dat deden ze met verve. Het irredentisme, het streven naar een Italiaanse eenheidsstaat, vierde hoogtij. Voor de Kroaten en Serven betekende het Italiaans leren, Italiaans doen, ja het liefst als een Italiaan zijn. Of wegwezen. Het Italiaanse stempel uit die tijd zie je nog goed aan de bouwstijl. Fascistische architectuur zoals Mussolini het graag zag. Ik zie het meteen aan de koude en ronde vormgeving van sommige woonblokken aan de rand van het centrum of de strakke toren van de Antoniuskerk.
Ook de kuststeden Rijeka en Zadar werden geannexeerd door de republiek Italië dat op het toppunt van haar macht stond. Na de Tweede Wereldoorlog was het gedaan met de Italiaan. Althans als baas over dit gebied. Istrië maakte vanaf nu deel uit van Joegoslavië, later Kroatië en Slovenië. Mussolini werd vervangen door Tito, wiens standbeeld je in strijdvolle partizanenpose in het Titov park bij de haven vindt. De partizanen waren de Italiaanse overheersing meer dan zat. Weg met die lui dus en niet al te vriendelijk.
In no time verlieten 200.000 Italianen het schiereiland. De stad Pula raakte bijna volledig ontvolkt. Heb je thuis nog een atlas uit de jaren vijftig moet je eens de kaart opzoeken waar Istrië op staat. Misschien valt het je op dat de grens duidelijk anders loopt dan tegenwoordig. Het duurde nog een tijd na de Tweede Wereldoorlog totdat het gebied rondom Triëst definitief werd toegewezen. Een halfslachtige poging om net als ooit bij Rijeka een vrije zone te maken liep op niets uit. Triëst ging naar Italië, het gebied net ten zuiden daarvan naar Joegoslavië (later Slovenië)
Wat bleef is de Italiaanse taal. Dat is best maf. Want ondanks de duidelijk aanwezige Italiaanse invloeden bestaat maar nog een paar procent van de bevolking van het schiereiland uit Italianen. Toch is Istrië officieel tweetalig. En dus zie je overal in de stad Pula (Pola zeggen de Italianen) tweetalige bordjes. Straatnamen, verkeersborden, aanduidingen op overheidsgebouwen.
Je vraagt je af waarom. Zeker is dat de Italiaanse minderheid goed georganiseerd is en steun ondervindt van instituten uit het moederland aan de overkant van de Adriatische zee. Maar dat is vast niet de enige reden. Misschien ook om de hordes Italiaanse toeristen te pleasen? Ik kan me nog een reden indenken: Istrië is niet een willekeurig stukje Kroatië, net als Limburg of Friesland bij ons is het een regio met een heel eigen identiteit. En hoe kun je dat beter bewijzen dan door een eigen tweede taal te koesteren? Een perfecte manier om aan te tonen dat je anders bent dan de rest van het land. Zo heeft Limburg het Limburgs als erkende regionale taal en Friesland natuurlijk het Fries. Bij een eigen identiteit van een gebied hoort bijna altijd ook de wens om meer zeggenschap. Ik heb er vaker over geschreven.
Niet dat Limburg of Istrië los willen van het land waar ze toe behoren. Een beetje meer hoogstens. In Istrië is het streven naar meer zeggenschap ook politiek georganiseerd. De IDS, Itstarski Demokratski Sabor of Dieta Democratica Istriana in het Italiaans is een politieke partij die gaat voor meer zelfbeschikking. Ze maakte een tijdlang deel uit van de Kroatische regering. Een beetje zoals bij ons de Fryske Nasjonale Partij. Maar anders of meer dan bij ons leeft in Istrië een financieel motief. Net als je dat in Catalonië, Vlaanderen en Noord-Italië hebt. De regio brengt meer aan belasting op voor de nationale kas dan het terug ontvangt aan overheidsuitgaven. De verdeling van geld over regio’s is altijd een onderwerp voor een goed gesprek.
Voor de toerist maakt het allemaal niet uit. Plat gezegd voelt toeristisch Istrië gewoon als een heerlijk stukje Italiaanse Rivièra. Net zoals de bezoeker aan Limburg zich een beetje in België waant. Een plek waar je graag je euro's uitgeeft.






















